Afdeling Sanitair-Mechanica

Werkplaatsreglement afdeling Sanitair – Mechanica

Doel van het reglement:

  • Het bekomen van een goede onderlinge verstandhouding.
  • Het bevorderen van de hygiëne.
  • Het veilig en vlot werken.
  • Het in goede staat houden van de werkplaatsuitrusting.

Algemene voorschriften:
Deze voorschriften werden gedeeltelijk ontleend aan het ARAB.
(Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming)

 

1. Veiligheid – hygiëne

1.1 Alle leerlingen zijn verplicht een werkpak van de school te dragen.

1.2. Nylonkleren geven kans op ernstige brandwonden en zijn daarom niet toegelaten.

1.3. Draag steeds propere werkkledij; vrij van tekst, tekening en vet. Vermijd onnodige vervuiling; zorg dat je steeds een propere vod bij hebt.

1.4. Stevige veiligheidsschoenen zijn verplicht. Schoenen met rubberzolen nemen geen spanen op en voorkomen uitglijden en vallen.

1.5. Oorringen, piercings, armbanden en kettingen worden wegens het hoge risico voor ongevallen niet gedragen in de werkplaats.

1.6. Waar nodig draagt men handschoenen; bijv. bij het snijden van platen, lossen van grondstoffen, elektrisch lassen…

1.7. Lange loshangende haren kunnen door draaiende machineonderdelen worden meegenomen. Een haarnetje geeft een goede bescherming. De leerlingen met lange hoofdharen, zowel op het voor- als het achterhoofd zijn verplicht een haarnetje te dragen. Elke praktijkleerkracht maakt hier de nodige afspraken met zijn leerlingen.

1.8. Bescherm uw ogen tegen wegspringende spanen en slijpstof door het dragen van een veiligheidsbril. Een veiligheidsbril wordt gedragen vanaf het ogenblik dat men aan een machine staat.

1.9. De lassers zullen naargelang de te bedienen werkpost extra beschermingsmiddelen gebruiken: lasbril, lasscherm, lasschort, handschoenen…

1.10. Overkomt een leerling een ongeval, stop dan onmiddellijk zijn machine en verwittig de leraar.

1.11. Elke kwetsuur, hoe klein ook, moet worden verzorgd om infectie te voorkomen. Verwittig ook uw leraar, hij zal u helpen.

1.12. Ernstige kwetsuren worden behandeld op het secretariaat. De leerling wordt begeleid door een leraar of door een aangeduide leerling.

1.13. Spannen kunnen vlijmscherp zijn; verwijder ze nooit met de hand; gebruik een spaanhaak of borstel.

 

2. Gebruik en onderhoud van materiaal en machines

2.1. Voor elke machinegroep bestaan “REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE MACHINE”. Deze regels dienen grondig te worden aangeleerd en ingestudeerd.

2.2. Elke klas gebruikt haar eigen materiaal en werkvloeren in de werkplaats.

2.3. Gedurende de speeltijd worden de machines stilgelegd. De leerlingen verlaten de werkplaats. Elk gereedschap blijft in de werkplaats.

2.4. Bij de minste hapering of slechte werking wordt de machine uitgeschakeld en de leraar verwittigd.

2.5. Controleer vóór het inschakelen van een machine steeds of er geen gevaarlijke toestanden aanwezig zijn: o.a. zitten span- en snijgereedschap goed vast, zijn alle elementen die kunnen wegslingeren (bv. sleutels) verwijderd. Wordt niemand in gevaar gebracht door de machine te starten?

2.6. Iedere machine wordt wekelijks grondig gekuist. Gelieve ook de gereedschappen in orde te stellen.

2.7. Vet- en olievlekken worden onmiddellijk opgekuist.

2.8. Sommige leerlingen zijn verantwoordelijk voor het smeren en onderhouden van een machine.

2.9. Laat de elektrische stroom uitschakelen bij herstellingen of grotere onderhoudswerken aan een machine.

 

3. Werken – Werkstukken

3.1. Een werkplaats is geen eetzaal of speelplaats.

3.2. Nutteloze verplaatsingen, lawaai, spel en ondoordachte bewegingen rond de machine stroken niet met de ernst van ons werk. Vestig al uw aandacht op uw werk. Wil iemand u spreken, stop dan de machine.

3.3. Volg nauwkeurig uw “WERKVOLGORDE” en andere richtlijnen voor elke oefening; zo bekomt men een juist werkstuk en voorkomt men ongevallen of schade aan de machine.

3.4. Gebruik alle gereedschappen en meetinstrumenten volgens de voorschriften; ze zijn duur en nodig om degelijk werk af te leveren.

3.5. Het is prettig werken in een propere en ordelijke werkplaats; verlaat daarom de machine zoals je ze graag zelf vindt, – gebruikt gereedschap op zijn plaats leggen – de machine reinigen – de hoofdschakelaar afzetten – wanneer er spanen rond je machine liggen, deze dan zelf opkuisen.

3.6. Wie iets voor zichzelf wenst te maken kan dit eventueel na overleg met de betrokken leraar en technisch adviseur coördinator. Er wordt steeds een tekening vereist.

3.7. Herstellingen aan fietsen, bromfietsen en wagens worden niet aanvaard.

 

4. Inwendige orde

4.1. De leerling werkt slechts onder toezicht van een verantwoordelijke leerkracht.

4.2. DE WERKPLAATS MAG ALLEEN NA UITDRUKKELIJKE TOELATING VAN DE LERAAR WORDEN VERLATEN.

4.3. Zorg dat je goed op de hoogte bent van de brandpreventie-instructies. Handel tijdens een noodsituatie volgens de richtlijnen van uw leraar.

4.4. De toegang tot de magazijnen in de werkplaats kan enkel na toelating.

4.5. De leerlingen hebben zonder toelating geen toegang tot de kastjes met schroeven, moeren, enz…

4.6. De school doet mee aan selectieve afvalverzameling, houd daar rekening mee!

4.7. Vuilblikken en veegborstels plaatst men na gebruik in hun rek.

4.8. Werp geen vuil of vodden in de spanenbak.

4.9. Ongeveer 15 minuten vóór het einde van de normale lestijd zal de leraar een teken geven en moet men zijn gewone werkzaamheden beëindigen. Deze tijd wordt gebruikt om de werkplaats op te ruimen, de machines te kuisen, de lichten te doven, zijn persoonlijke gereedschappen op te bergen…

4.10. Er is een wasplaats voorzien, was uw handen vóór het verlaten van de werkplaats.

4.11. Hang uw kledingstukken ordelijk op, ze zijn duur! Laat geen geld of kostbare voorwerpen in de opgehangen kleding steken. Raap gevallen kledingstukken op, zelfs al zijn ze de uwe niet.